Het uitstrijkje

Door Barbara Havenith

Het uitstrijkje, de mogelijke uitslagen en mogelijke behandelingen.

HET UITSTRIJKJE

woman-506120_1920Door Barbara Havenith

10 juni 2015

 

Het uitstrijkje, de mogelijke uitslagen en mogelijke behandelingen

Vrouwen in Nederland krijgen tussen hun 30ste en 60ste een oproep op deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek op baarmoederhalskanker, ofwel cervixcarcinoom. Dit onderzoek bestaat uit een uitstrijkje. Hiervoor is een inwendig vaginaal onderzoek met een speculum – ook wel eendenbek genoemd – nodig waarbij de oppervlakkige losse cellen van de baarmoedermond worden geveegd met een soort kwastje. Deze cellen worden onder een microscoop bekeken op afwijkingen. Soms wordt een uitstrijkje door de huisarts of een gynaecoloog gemaakt omdat er sprake is van tussentijds bloedverlies of van bloedverlies na vrijen. De nieuwste ontwikkeling is dat er een zelftest komt die dragerschap van het HPV virus kan aantonen. Deze test lijkt zelfs betrouwbaarder dan het uitstrijkje dat door een arts of doktersassistente gemaakt wordt. Het voordeel van de zelftest is, dat vrouwen deze zelf gemakkelijk kunnen afnemen. De drempel om een onderzoek te doen wordt daarmee veel lager.

Wat betekent de uitslag?

De baarmoederhals bevat twee soorten cellen: plaveiselcellen en cilindercellen. Allebei de soorten moeten in het uitstrijkje aanwezig zijn. De cillindercellen zitten aan de binnenkant van de baarmoederhals, de plaveiselcellen zitten aan het oppervlak van de baarmoedermond en vagina. Bij microscopisch onderzoek van het uitstrijkje kan ook worden gekeken of er sprake is van een infectie, of een ontsteking door bacteriën, virussen of schimmels.
De uitslag wordt weergegeven als PAP uitslag

  • PAP 1 – er zijn geen afwijkingen gevonden
  • PAP 2 – er zijn afwijkingen die kunnen passen bij een ontsteking
  • PAP 3a – lichte dysplasie – er zijn lichte afwijkingen gevonden die passen bij een forse ontsteking of bij veranderingen die veroorzaakt worden door een chronische infectie met het HPV virus (humane pappiloma virus)
  • PAP 3b – matige tot ernstige dysplasie – er zijn duidelijke afwijkingen gevonden die passen bij een verandering door een chronische infectie met het HPV virus
  • PAP 4 – er is een voorstadium van baarmoederhalskanker gevonden
  • PAP 5 – er zijn aanwijzingen dat er sprake is van baarmoederhalskanker

Ook wordt wel de KOPAC uitslag gegeven. KOPAC is een afkorting die staat voor kwaliteit, ontsteking, plaveiselcellen, andere afwijkingen en cilindercellen. Hoe hoger het cijfer bij de KOPAC – tussen 0 en 9 -, hoe meer afwijkingen er zijn gevonden. Soms is het uitstrijkje niet goed te beoordelen. Bijvoorbeeld als er teveel bloed bij zit – daarom wordt het uitstrijkje liever niet gemaakt tijdens de menstruatie – of als er te weinig cellen in zitten – dit komt voor na de menopauze.

 

Tabel 2. CIN uitslagen en en het advies dat daarbij hoort

Tabel 2. CIN uitslagen en en het advies dat daarbij hoort

 

Bij afwijkingen vanaf PAP 3a krijgt u het advies om naar de gynaecoloog te gaan. Deze zal dan een colposcopie doen. Dit is een inwendig onderzoek met een speculum waarbij met de colposcoop – een apparaat dat een vergroting weergeeft van de baarmoedermond – wordt gekeken naar de baarmoedermond. Meestal wordt er op de baarmoedermond wat azijnzuuroplossing aangebracht. Afwijkingen krijgen daardoor vaak een witte kleur en zijn beter te zien. Om beter te kunnen onderzoeken wat er precies aan de hand is, kan er een biopt worden afgenomen van plekjes die de meeste afwijkingen vertonen. Andere afwijkingen dan de witte kleur die bij colposcopie zichtbaar worden zijn: meer oppervlakkige vaatjes en een onregelmatig oppervlak.

Een biopt is een hapje weefsel van ongeveer 3 bij 3 millimeter. Het afnemen van een biopt wordt door de meeste vrouwen nauwelijks gevoeld, omdat aan het oppervlak van de baarmoedermond geen gevoelszenuwen lopen. Er ontstaat een wondje in de baarmoedermond door een biopt, daardoor zult u wat bloed kunnen verliezen. Dit kan enkele dagen aanhouden. Het verschil tussen een uitstrijkje en een biopt is dat bij een uitstrijkje alleen ‘losse’ cellen kunnen worden bekeken. Met een biopt wordt een stukje weefsel bekeken, dat zegt meer over de ernst van de afwijking.

Uitslag van een biopt

Voor de uitslag van dit onderzoek maakt men gebruik van de CIN-indeling. CIN is een afkorting van

  • Cervicale (van de baarmoederhals)
  • Intra-epitheliale (in de bekledende laag)
  • Neoplasie (nieuw weefsel)

Als het weefsel afwijkend is, gebruikt men ook wel de term dysplasie. Dat betekent dat de opbouw van het weefsel anders is dan normaal.
Bij CIN I heeft het weefsel lichte afwijkingen, lichte dysplasie.
Bij CIN II zijn de afwijkingen wat duidelijker, matige dysplasie.
Bij CIN III zijn er sterkere afwijkingen van de opbouw van het weefsel en is sprake van een voorstadium van baarmoederhalskanker, of ook wel ernstige dysplasie.
Een voorstadium betekent niet dat u zonder behandeling ook werkelijk kanker zou krijgen. De meeste vrouwen bij wie een CIN III wordt gevonden, krijgen waarschijnlijk nooit baarmoederhalskanker, ook niet als zij niet behandeld worden.

Mogelijke behandelingen na colposcopie

Blijkt bij colposcopie dat de cellen afwijkend zijn, dan zijn er verschillende mogelijkheden:

  • de gynaecoloog vindt afwachten verantwoord
  • hij of zij kan een lis-excisie adviseren
  • hij of zij kan een conisatie adviseren
Tabel 2. CIN uitslagen en en het advies dat daarbij hoort

Tabel 2. CIN uitslagen en en het advies dat daarbij hoort

Belangrijke factoren

Bij het advies voor de behandeling spelen veel factoren mee:

  • hoe ernstig de afwijking is (de CIN-indeling)
  • hoe groot de afwijking is
  • de plaats waar de afwijking zit
  • de kans dat het afwijkende plekje al is weggehaald bij de biopsie of de lisexcisie
  • uw leeftijd
  • de vraag of u drager bent van het humaan papillomavirus (HPV)

Zo zal de gynaecoloog bijvoorbeeld bij een klein gebied met CIN II adviseren om af te wachten; bij een groot gebied met CIN II zal hij of zij kiezen voor een lisexcisie. Ook is belangrijk of de overgangszone goed zichtbaar is bij colposcopie en of de afwijkende gebieden goed te overzien zijn bij eventuele latere controles.

Konisatie

Hierbij wordt er een kegelvormig stuk uit de baarmoedermond gesneden. Breed aan de buitenkant en smal aan de binnenkant. Dit is nodig als de afwijking zich meer binnen in de baarmoedermond bevindt.

Voordelen van lisexcisie/konisatie
De afwijking is in de meeste gevallen na de ingreep volledig verdwenen.

Nadelen van lisexcisie/konisatie
Als bij elke operatie kan er sprake zijn van meer bloedverlies wenselijk. Soms moeten er hechtingen worden geplaats in de baarmoedermond. Soms ontstaat een bloeding enkele uren nadat de ingreep is afgelopen. Er kan een infectie van de wond ontstaan. De wond geneest meestal langzaam, de meeste vrouwen verliezen gedurende 2-4 weken bloederig vocht uit de vagina. Het kan voorkomen dat er wat dieper weefsel moet worden weggesneden. In dat geval kan dit bij een volgende zwangerschap leiden tot het te vroeg opengaan van de baarmoedermond en tot een vroeggeboorte.

Over de blogger

Barbara Havenith met Lejla Barakovic

Barbara Havenith met Lejla Barakovic

Gynaecologe Barbara Havenith van Vrouwenpoli Boxmeer schrijft in haar blog regelmatig over veelvoorkomende gynaecologische aandoeningen en geeft adviezen over mogelijke behandelingen. Barbara houdt zich bezig met conventionele en complementaire behandelingen en raadt de natuurlijke producten van Cydonia aan.

 

logo-vrouwenpoli-boxmeer